Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 8 juli 2024 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Inleiding
Totstandkoming van de bestreden besluiten
Now-2
Beoordeling door de rechtbank
Wettelijk kader
Standpunt eiseres
Exceptieve toetsing
endie ook geen in Nederland verzekerd SV-loon hebben, de band met Nederland dermate klein is dat het niet in de rede ligt om bij de berekening van de omzetdaling ook de omzet van dit buitenlands concernonderdeel te betrekken. [6] Anders dan eiseres lijkt te stellen, blijkt uit de toelichting niet dat bij Nederlandse rechtspersonen gekeken moet worden of er sprake is van een (zeer) kleine band met Nederland. Ook uit de toelichting bij de Now-3, waar eiseres naar verwezen heeft, blijkt niet dat het ontbreken van in Nederland verzekerd SV-loon of een kleine band met Nederland een onderscheidend criterium is. Integendeel, in de toelichting is expliciet opgenomen dat de omzet van Nederlandse rechtspersonen altijd meegeteld moet worden. [7] De rechtbank volgt eiseres dan ook niet in haar stelling dat [B.V. 2] voor de toepassing van de Now gelijkgesteld moet worden met een buitenlands rechtspersoon. Overigens is de rechtbank van oordeel dat ook niet geoordeeld kan worden dat [B.V. 2] maar een zeer kleine band met Nederland heeft. Hoewel het operationele deel van de onderneming in Cuba is gelegen, is ter zitting duidelijk geworden dat de financiële geldstroom en de juridische lijn volledig in Nederland liggen. In Nederland wordt ook daadwerkelijk omzet en winst gerealiseerd, en daarover belasting afgedragen.
Beroep op de overige beginselen van behoorlijk bestuur
Motiveringsgebrek
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart de beroepen ongegrond;
- bepaalt dat de minister het griffierecht in beide zaken van in totaal € 730,-- aan eiseres