ECLI:NL:RBOBR:2024:100
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vaststelling definitieve tegemoetkoming NOW-1 en terugvordering voorschot
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid waarin de definitieve tegemoetkoming op grond van de NOW-1 werd vastgesteld op € 0 en het voorschot werd teruggevorderd. De rechtbank oordeelt eerst dat de termijnoverschrijding van één dag bij het indienen van het beroepschrift verschoonbaar is vanwege bijzondere omstandigheden, waaronder het grote financiële belang en het feit dat eiseres actief het werkgeversportaal van het UWV heeft geraadpleegd.
De kern van het geschil betreft de afkeurende accountantsverklaring die eiseres heeft ingediend, waardoor de minister de definitieve tegemoetkoming op nihil heeft vastgesteld. Eiseres betoogt dat de minister onzorgvuldig heeft gehandeld door niet te verifiëren of de accountantsverklaring juist was en dat het begrip 'groep' onjuist is toegepast, wat zou leiden tot schending van het rechtszekerheids- en evenredigheidsbeginsel.
De rechtbank oordeelt dat de minister niet verplicht is om de accountantsverklaring te toetsen op juistheid of zorgvuldigheid, aangezien het aan eiseres is om een goedkeurende verklaring te overleggen. De minister handelde binnen zijn bevoegdheid op grond van artikel 4:46 Awb Pro en het evenredigheidsbeginsel is niet geschonden omdat het vragen van een accountantsverklaring een geschikt en noodzakelijk middel is om een legitiem doel te bereiken. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de vaststelling van de definitieve tegemoetkoming NOW-1 op nihil en de terugvordering van het voorschot wordt ongegrond verklaard.