ECLI:NL:RBZWB:2024:4697
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Peters
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking alcohol-, exploitatie- en kansspelvergunning door burgemeester
Eiseres was exploitant van een horecagelegenheid met een alcohol-, exploitatie- en kansspelvergunning. Na een politie-inval waarbij verdovende middelen werden aangetroffen in het pand, besloot de burgemeester de vergunningen in te trekken. Eiseres maakte bezwaar en stelde dat de burgemeester niet in redelijkheid tot intrekking kon overgaan, onder meer omdat zij geen handel in drugs faciliteerde en haar persoonlijke omstandigheden onvoldoende waren meegewogen.
De rechtbank oordeelde dat de intrekking van de alcoholvergunning op grond van de Alcoholwet een dwingende maatregel is bij vrees voor gevaar voor openbare orde, veiligheid of zedelijkheid. Gezien de onherroepelijke sluiting van het pand wegens drugsverkoop achtte de rechtbank de intrekking terecht. Ook de kansspelvergunning werd terecht ingetrokken omdat deze afhankelijk is van een geldige alcoholvergunning.
Ten aanzien van de exploitatievergunning stelde de rechtbank vast dat het overtreden van het verbod op aanwezigheid van verdovende middelen een ernstige en substantiële overtreding is. Eiseres kon worden verweten onvoldoende maatregelen te hebben getroffen om dit te voorkomen. Haar persoonlijke omstandigheden boden geen reden af te zien van intrekking.
De rechtbank concludeerde dat de burgemeester voldoende heeft gemotiveerd en in redelijkheid heeft gehandeld. Het beroep werd ongegrond verklaard, en eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding of griffierecht terug. Het besluit heeft ook gevolgen voor toekomstige vergunningaanvragen van eiseres.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de rechtmatige intrekking van de vergunningen.