Belanghebbende is eigenaar van een voormalig suikerdepot en maakte bezwaar tegen de aanslag onroerendezaakbelasting gebruiker voor het jaar 2022, stellende dat zij op 1 januari 2022 geen feitelijk gebruiker was omdat het object leegstond.
De heffingsambtenaar stelde dat belanghebbende wel als gebruiker kan worden aangemerkt omdat zij het pand bewust leeg liet staan in afwachting van een omgevingsvergunning voor herontwikkeling tot appartementen. De rechtbank oordeelde dat het begrip 'gebruik' ruim moet worden uitgelegd en ook het bewust leeg laten staan als gebruik wordt beschouwd.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor de aanslag gehandhaafd blijft. Wel kent de rechtbank belanghebbende een immateriële schadevergoeding van €50 toe wegens een overschrijding van de redelijke termijn met ongeveer vier maanden. Daarnaast worden griffierecht en proceskosten deels vergoed.
De rechtbank wijst ook een verzoek af om vergoedingen rechtstreeks aan de gemachtigde te betalen, omdat de wet voorschrijft dat deze aan belanghebbende zelf moeten worden uitbetaald. De regeling is niet in strijd met discriminatieverbod of contractvrijheid.