ECLI:NL:RBZWB:2024:4777

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
15 juli 2024
Publicatiedatum
12 juli 2024
Zaaknummer
AWB-23_1694
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30a, vierde en vijfde lid Wet WOZ
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding immateriële schade wegens overschrijding redelijke termijn WOZ-bezwaarprocedure

Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar inzake de WOZ-waarde. Tijdens de procedure is een compromis bereikt over de WOZ-waarde en proceskosten, waarna belanghebbende het beroep introk.

De rechtbank beoordeelt het verzoek van belanghebbende tot vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn voor de behandeling van bezwaar en beroep. De redelijke termijn bedraagt twee jaar vanaf ontvangst van het bezwaarschrift, maar is met circa vijf maanden overschreden.

De rechtbank stelt de vergoeding vast op €50, gebaseerd op een tarief van €50 per half jaar overschrijding, rekening houdend met de veronderstelde spanning en frustratie. Het financiële belang van belanghebbende wordt geschat tussen €15 en €1000. De vergoeding wordt rechtstreeks aan belanghebbende toegekend.

De bezwaarfase duurde ongeveer elf maanden en is daarmee vijf maanden te lang, waardoor de volledige vergoeding voor rekening van de heffingsambtenaar komt. Proceskostenvergoeding is niet aan de orde vanwege het reeds gesloten compromis.

De uitspraak is gedaan door mr. M.E. de Boer op 15 juli 2024 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: De heffingsambtenaar is veroordeeld tot betaling van €50 immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn in de WOZ-bezwaarprocedure.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Middelburg
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 23/1694

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 juli 2024 in de zaak tussen

[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende,

(gemachtigde: mr. R. van der Weide, verbonden aan Bezwaarmaker.nl),
en
de heffingsambtenaar van SaBeWa Zeeland(gemeente Sluis), de heffingsambtenaar.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende om vergoeding van immateriële schade dat is gedaan in het kader van een beroepsprocedure tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 24 januari 2023.
1.1.
Belanghebbende is in beroep gekomen. Op 25 juni 2024 heeft de rechtbank een intrekking van het beroep van belanghebbende ontvangen. Partijen hebben een compromis gesloten over de WOZ-waarde en de proceskostenvergoeding.

Overwegingen

2. Belanghebbende heeft bij intrekking een verzoek tot vergoeding van immateriële schade gedaan, op welk verzoek de rechtbank in deze uitspraak beslist. Belanghebbende doet een beroep op het arrest van de Hoge Raad van 31 mei 2024. [1]
2.1.
De redelijke termijn voor behandeling van bezwaar en beroep bedraagt twee jaar, te rekenen vanaf de datum van ontvangst van het bezwaarschrift. Het bezwaarschrift is op 4 maart 2022 door de heffingsambtenaar ontvangen. De redelijke termijn van twee jaar is met afgerond 5 maanden overschreden.
2.2.
Voor wat betreft de hoogte van de schadevergoeding bij overschrijding van de redelijke termijn in gevallen waar sprake is van een waardebepaling in het kader van de Wet WOZ, dan wel van aanslagen opgelegd door een heffingsambtenaar ziet de rechtbank aanleiding de omvang van deze vergoeding te bepalen op € 50 per (gedeelte van een) half jaar waarmee de redelijke termijn is overschreden. Belanghebbende heeft niets gesteld over de omvang van het financiële belang. De rechtbank gaat er in het voordeel van belanghebbende van uit dat dit tenminste € 15,- is, maar niet meer dan € 1000,-. [2] Hoewel de rechtbank, gelet op het zojuist aangehaalde arrest van de Hoge Raad, kan volstaan met de constatering dat de redelijke termijn is geschonden, gaat zij ervan uit dat sprake is van enige mate van spanning en frustratie. De veronderstelde spanning en frustratie rechtvaardigt een vergoeding tot ten hoogste € 50 per half jaar overschrijding. Naar het oordeel van de rechtbank heeft belanghebbende dan ook recht op een schadevergoeding van € 50. Het door belanghebbende aangehaalde arrest maakt dit niet anders. De vergoeding moet rechtstreeks aan belanghebbende zelf worden betaald. [3]
2.3.
De bezwaarfase is geëindigd met het op de voorgeschreven wijze bekendmaken van de uitspraak op bezwaar op 24 januari 2023. De bezwaarfase heeft afgerond 11 maanden geduurd en daarmee 5 maanden te lang. De brengt mee dat het gehele bedrag voor rekening komt van de heffingsambtenaar.
2.4.
Partijen hebben reeds een compromis over de proceskosten. Proceskostenvergoeding in verband met het toe te wijzen verzoek om immateriële schadevergoeding is daarom niet aan de orde.

Beslissing

De rechtbank:
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade aan belanghebbende van € 50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.E. de Boer, in aanwezigheid van W.M.C. Oomen, griffier, op 15 juli 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch.

Voetnoten

3.Artikel 30a, vierde en vijfde lid van de Wet WOZ