ECLI:NL:RBZWB:2024:4777
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding immateriële schade wegens overschrijding redelijke termijn WOZ-bezwaarprocedure
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar inzake de WOZ-waarde. Tijdens de procedure is een compromis bereikt over de WOZ-waarde en proceskosten, waarna belanghebbende het beroep introk.
De rechtbank beoordeelt het verzoek van belanghebbende tot vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn voor de behandeling van bezwaar en beroep. De redelijke termijn bedraagt twee jaar vanaf ontvangst van het bezwaarschrift, maar is met circa vijf maanden overschreden.
De rechtbank stelt de vergoeding vast op €50, gebaseerd op een tarief van €50 per half jaar overschrijding, rekening houdend met de veronderstelde spanning en frustratie. Het financiële belang van belanghebbende wordt geschat tussen €15 en €1000. De vergoeding wordt rechtstreeks aan belanghebbende toegekend.
De bezwaarfase duurde ongeveer elf maanden en is daarmee vijf maanden te lang, waardoor de volledige vergoeding voor rekening van de heffingsambtenaar komt. Proceskostenvergoeding is niet aan de orde vanwege het reeds gesloten compromis.
De uitspraak is gedaan door mr. M.E. de Boer op 15 juli 2024 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De heffingsambtenaar is veroordeeld tot betaling van €50 immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn in de WOZ-bezwaarprocedure.