ECLI:NL:RBZWB:2024:4874
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor kosten rechtsbijstand, bewindvoering en griffierecht
Betrokkene ontvangt sinds november 2018 een WIA-uitkering en verblijft sinds juni 2022 in een zorginstelling met een hoge eigen bijdrage die wordt ingehouden op zijn uitkering. Het college van burgemeester en wethouders van Breda wees drie aanvragen om bijzondere bijstand af voor kosten van rechtsbijstand, bewindvoering en griffierecht, omdat betrokkene deze kosten uit zijn draagkracht uit inkomen zou kunnen voldoen.
Eiseres, als bewindvoerder, maakte bezwaar tegen deze besluiten en voerde aan dat er sprake is van een tekort in het budgetplan, mede door eigen bijdrage en servicekosten, en deed een beroep op de hardheidsclausule. De rechtbank oordeelt dat de draagkrachtberekening van het college juist is toegepast volgens de Participatiewet en dat de servicekosten onvoldoende zijn toegelicht om daarin mee te wegen.
De rechtbank volgt de vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep dat het college beoordelingsruimte heeft bij de draagkrachtberekening en concludeert dat betrokkene voldoende draagkracht heeft om de kosten zelf te betalen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen bijzondere bijstand toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van bijzondere bijstand wordt ongegrond verklaard omdat betrokkene voldoende draagkracht heeft.