Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning te [plaats 2], die aanvankelijk was vastgesteld op €859.000. De heffingsambtenaar had het bezwaar deels gegrond verklaard en de waarde verlaagd naar €636.000. Belanghebbende ging hiertegen in beroep bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant.
Tijdens de zitting op 3 juli 2024 bereikten partijen een compromis waarbij de WOZ-waarde werd vastgesteld op €364.000. Tevens spraken partijen af dat de heffingsambtenaar aan belanghebbende een bedrag van €1.546 zou vergoeden, bestaande uit €1.495 aan proceskosten en €51 aan griffierecht.
De rechtbank heeft dit compromis overgenomen en het beroep gegrond verklaard. De uitspraak vernietigt het eerdere besluit op bezwaar, vermindert de WOZ-waarde tot €364.000, en veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van de afgesproken kostenvergoeding. De uitspraak is openbaar gemaakt en partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep.