ECLI:NL:RBZWB:2024:4935

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
18 juli 2024
Publicatiedatum
17 juli 2024
Zaaknummer
AWB-23_1291
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling WOZ-waarde woning na compromis tussen belanghebbende en heffingsambtenaar

Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning te [plaats 2], die aanvankelijk was vastgesteld op €859.000. De heffingsambtenaar had het bezwaar deels gegrond verklaard en de waarde verlaagd naar €636.000. Belanghebbende ging hiertegen in beroep bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant.

Tijdens de zitting op 3 juli 2024 bereikten partijen een compromis waarbij de WOZ-waarde werd vastgesteld op €364.000. Tevens spraken partijen af dat de heffingsambtenaar aan belanghebbende een bedrag van €1.546 zou vergoeden, bestaande uit €1.495 aan proceskosten en €51 aan griffierecht.

De rechtbank heeft dit compromis overgenomen en het beroep gegrond verklaard. De uitspraak vernietigt het eerdere besluit op bezwaar, vermindert de WOZ-waarde tot €364.000, en veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van de afgesproken kostenvergoeding. De uitspraak is openbaar gemaakt en partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep.

Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt vastgesteld op €364.000 en de heffingsambtenaar wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten en griffierecht aan belanghebbende.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Middelburg
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 23/1291

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 juli 2024 in de zaak tussen

[belanghebbende] , uit [plaats 1] , belanghebbende,

(gemachtigde: mr. A.C.F. Berkhof, verbonden aan advocatenkantoor Zeeland),
en
de heffingsambtenaar van SaBeWa Zeeland(gemeente Goes), de heffingsambtenaar.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 3 januari 2023.
1.1.
De heffingsambtenaar heeft bij beschikking van 25 februari 2022 de waarde van de onroerende zaak [adres] te [plaats 2] (de woning) op 1 januari 2021 (de waardepeildatum) vastgesteld op € 859.000 Tegelijk met deze waardevaststelling is aan belanghebbende onder andere de aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Goes voor het jaar 2022 opgelegd (de aanslag OZB).
1.2.
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende gegrond verklaard, de waarde van de woning is verlaagd naar € 636.000 en de aanslag OZB dienovereenkomstig verlaagd.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 3 juli 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: belanghebbende en namens de heffingsambtenaar mr. P. de Smit.

Overwegingen

2. Partijen hebben ter zitting bij wijze van compromis overeenstemming bereikt. Afgesproken is dat de WOZ-waarde van [adres] te [plaats 2] voor het jaar 2022 wordt vastgesteld op € 364.000. Partijen hebben ook overeenstemming bereikt over de aan belanghebbende te vergoeden proceskosten en de vergoeding van het griffierecht. Afgesproken is dat de heffingsambtenaar een bedrag van € 1.546 aan belanghebbende zal vergoeden, bestaande uit € 1.495 aan proceskosten en € 51 aan griffierecht.
2.1.
De rechtbank heeft overeenkomstig het voorgaande beslist.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt de uitspraak op bezwaar;
  • vermindert de WOZ-waarde van de onroerende zaak [adres] te [plaats 2] tot een bedrag van € 364.000;
  • bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 51 aan belanghebbende moet vergoeden;
  • veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van € 1.495 aan proceskosten aan belanghebbende.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.E. de Boer, in aanwezigheid van W.M.C. Oomen, griffier, op 18 juli 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.