ECLI:NL:RBZWB:2024:5068
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanslagen IB/PVV en ZVW 2019 en zelfstandigenaftrek na overdracht VOF
Belanghebbende was in 2019 firmant in een VOF die per 1 maart 2019 feitelijk werd overgedragen aan nieuwe exploitanten. De inspecteur legde aanslagen IB/PVV en ZVW 2019 op, waarbij winst uit onderneming en stakingswinst werden vastgesteld op basis van onder meer een verkoopovereenkomst die tijdens een boekenonderzoek was opgevraagd.
Belanghebbende voerde aan dat de verkoopovereenkomst niet gebruikt had mogen worden omdat deze was opgevraagd in een boekenonderzoek naar eerdere jaren en dat het vertrouwensbeginsel was geschonden door een indicatie van de inspecteur over de verschuldigde belasting. De rechtbank oordeelde dat de verkoopovereenkomst relevant was voor de vaststelling van de stakingswinst 2019 en dat de inspecteur geen toezegging had gedaan waarop belanghebbende mocht vertrouwen.
Verder stelde belanghebbende dat hij recht had op zelfstandigenaftrek, maar de rechtbank stelde vast dat hij niet voldeed aan het urencriterium omdat de onderneming vanaf 1 maart 2019 niet langer voor zijn rekening werd gedreven. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en belanghebbende kreeg geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslagen IB/PVV en ZVW 2019 wordt ongegrond verklaard.