ECLI:NL:HR:2021:1748
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid correctie aftrekposten en belastingrente ondanks AVG-bezwaren
Belanghebbende had voor het jaar 2014 aftrekposten voor alimentatie en specifieke zorgkosten opgevoerd in haar aangifte inkomstenbelasting. De Inspecteur vroeg informatie op en legde vervolgens een aanslag op waarbij de aftrekposten werden verminderd. Het Hof oordeelde dat de Inspecteur bevoegd was om informatie op te vragen en dat belanghebbende geen recht had op een hogere aftrek dan toegestaan.
Belanghebbende stelde in cassatie onder meer dat het gebruik van project 1043 en de databank FSV door de Belastingdienst onrechtmatig was vanwege schending van de AVG en beginselen van behoorlijk bestuur. De Hoge Raad oordeelde dat deze klacht niet bij het Hof was ingebracht en dat de Hoge Raad geen feitelijk onderzoek kan verrichten naar deze nieuwe feiten. Daarom kon de klacht niet leiden tot vernietiging van het Hofarrest.
Verder stelde de Hoge Raad dat zelfs indien de verwerking van persoonsgegevens onrechtmatig zou zijn, dit niet automatisch leidt tot een onrechtmatige aanslag of schadevergoeding. De belastingrechter kan alleen een aanslag vernietigen of schadevergoeding toekennen als de aanslag zelf onrechtmatig is. De Hoge Raad bevestigde dat de aanslag correct was berekend en dat de belastingrente terecht was beperkt tot een kortere periode dan wettelijk mogelijk.
De Hoge Raad concludeerde dat het beroep in cassatie ongegrond is en wees tevens op de mogelijkheid van herziening van het Hofarrest op basis van nieuwe feiten die niet eerder bekend waren. Tot slot wees de Hoge Raad op de uitzonderlijke situatie waarin een schending van grondrechten door de Belastingdienst kan leiden tot onrechtmatigheid van de controle, maar dat dit niet in deze zaak aan de orde was.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Hof bevestigd.