ECLI:NL:RBZWB:2024:5069
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanslagen inkomstenbelasting en ZVW 2019 na staking VOF en gebruik verkoopovereenkomst
Belanghebbende was firmant in een VOF die in 2019 werd gestaakt en overgedragen. De inspecteur legde aanslagen IB/PVV en ZVW 2019 op, waarbij gebruik werd gemaakt van een verkoopovereenkomst die tijdens een boekenonderzoek over 2015-2017 was opgevraagd. Belanghebbende betwistte het gebruik van deze overeenkomst en stelde dat het vertrouwensbeginsel was geschonden.
De rechtbank oordeelt dat het boekenonderzoek was gestart naar aanleiding van een vermoeden van fraude en dat de verkoopovereenkomst relevant was voor de vaststelling van de stakingswinst in 2019. Het gebruik van de overeenkomst was daarom toegestaan. De rechtbank achtte niet aannemelijk dat de opname in het FSV-systeem een rol speelde bij de aanslagoplegging.
Verder stelde belanghebbende dat de inspecteur tijdens een gesprek vertrouwen had gewekt over de hoogte van de belasting, maar de rechtbank concludeerde dat geen concrete toezegging was gedaan en dat het vertrouwensbeginsel niet was geschonden.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, belanghebbende krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug. De uitspraak is gedaan door rechter C. Hofman op 23 juli 2024.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslagen IB/PVV en ZVW 2019 wordt ongegrond verklaard.