Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het rijden op het trottoir, voetpad, fietspad of ruiterpad op 24 oktober 2021 te Tilburg. Tegen deze boete stelde betrokkene beroep in bij de officier van justitie, die het beroep niet-ontvankelijk verklaarde. Vervolgens richtte betrokkene zich tot de kantonrechter met beroep.
Tijdens de zitting op 25 juni 2024 verscheen alleen de zittingsvertegenwoordiger van de officier van justitie; betrokkene was niet aanwezig. De kantonrechter constateerde dat de officier van justitie op 21 april 2023 de beschikking alsnog had vernietigd, waardoor betrokkene geen belang meer had bij een inhoudelijke behandeling van het beroep.
Daarom verklaarde de kantonrechter het beroep niet-ontvankelijk, wat betekent dat de inhoudelijke gronden van het beroep niet zijn beoordeeld. De uitspraak werd in het openbaar gedaan en betrokkene werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep binnen zes weken onder bepaalde voorwaarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van belang.