Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het rijden op het trottoir op 4 maart 2022 te Tilburg. Tegen deze boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde betrokkene beroep in bij de kantonrechter, maar dit beroep werd te laat ingediend.
De wettelijke termijn voor het indienen van beroep bedraagt zes weken, die in dit geval op 19 juli 2022 eindigde. Het beroepschrift werd echter pas op 30 juli 2022 ontvangen. Betrokkene gaf aan alsnog in beroep te willen gaan vanwege eerdere gegronde uitspraken in vergelijkbare zaken, maar verscheen niet op de zitting.
De kantonrechter oordeelde dat betrokkene geen bijzondere omstandigheden aannemelijk had gemaakt die het te late indienen konden rechtvaardigen. Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard. De uitspraak werd op 25 juni 2024 in Tilburg gedaan door kantonrechter Speekenbrink.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening zonder geldige reden.