Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene werd een administratieve sanctie opgelegd wegens rijden op het trottoir op 26 september 2021 te Tilburg. Tegen deze boete stelde betrokkene beroep in bij de officier van justitie, die het beroep ongegrond verklaarde. Betrokkene stelde vervolgens beroep in bij de kantonrechter.
Tijdens de zitting op 25 juni 2024 verscheen de zittingsvertegenwoordiger namens de officier van justitie, betrokkene was niet aanwezig. De officier van justitie had op 21 april 2023 de beschikking alsnog vernietigd, waardoor betrokkene geen belang meer had bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep.
De kantonrechter oordeelde dat het beroep daarom niet-ontvankelijk moest worden verklaard en deed dit in een openbare zitting. Betrokkene werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep binnen zes weken, mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.