Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 juli 2024 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser,
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda (het college),
Inleiding
Totstandkoming van het besluit
- bewijsstukken van zijn netto inkomsten per maand over de periode 1 februari 2023 tot en met 30 april 2023. Indien eiser geen inkomsten heeft, dient hij een schriftelijke verklaring te overleggen waarin hij vermeldt hoe hij in zijn levensonderhoud voorziet aangevuld met objectieve en verifieerbare stukken.
- zijn adresgegevens staan sinds 2 september 2022 in onderzoek. Eiser dient daarom ook een schriftelijke verklaring te overleggen waarin hij vermeldt wat zijn feitelijke verblijfadres is.
Beroepsgronden
Juridisch kader
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 11 januari 2024;
- herroept het primaire besluit van 7 juni 2023;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van het vernietigde bestreden besluit en laat daarbij de rechtsgevolgen in stand voor zover de aanvraag om bijzondere bijstand is afgewezen;
- bepaalt dat het college het griffierecht van € 51,- aan eiser moet vergoeden;
- veroordeelt het college tot betaling van € 1.499,- aan proceskosten aan eiser.