ECLI:NL:CRVB:2023:587
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens onduidelijke woon- en leefsituatie
Appellant, een arbeidsongeschikte ondernemer na een motorongeluk, vroeg bijstand aan op grond van de Participatiewet. Hij gaf wisselende en onduidelijke verklaringen over zijn woon- en verblijfplaats, waaronder adressen in twee gemeenten, verblijf bij ouders, op een camping en een briefadres.
Het college weigerde de aanvraag omdat het hoofdverblijf van appellant niet kon worden vastgesteld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel, stellende dat het enkel hebben van een briefadres niet bepalend is voor het recht op bijstand, maar de feitelijke woon- en leefsituatie.
Appellant kon niet aannemelijk maken waar hij in de relevante periode verbleef, ondanks herhaalde verzoeken om nadere gegevens. Ook de moeilijke persoonlijke omstandigheden deden niet af aan de noodzaak van duidelijkheid over het hoofdverblijf. De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde de eerdere uitspraak.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de bijstandsaanvraag wegens onvoldoende duidelijkheid over de feitelijke woon- en verblijfplaats van appellant.