Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene] N.V.
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 437,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete voor het rijden op het voetpad in de Nieuwlandstraat te Tilburg. De boete werd opgelegd na digitale handhaving, maar betrokkene voerde aan dat de verkeerssituatie onduidelijk was door fuikwerking en onduidelijke bebording, en dat de redelijke termijn was overschreden.
De rechtbank oordeelde dat de verkeerssituatie in drie periodes is te onderscheiden. Voor juli tot 9 september 2021 was de bebording onvoldoende en mochten boetes niet worden opgelegd. Van 10 september tot 3 november 2021 was de situatie formeel duidelijk, maar door wegwerkzaamheden en onduidelijke bebording was het onredelijk boetes op te leggen, waardoor deze boetes worden gematigd naar nihil. Vanaf 3 november 2021 was de situatie voldoende duidelijk en zijn boetes terecht opgelegd.
De rechtbank stelde vast dat de hoorplicht door de officier van justitie was geschonden, maar matigde de boete niet vanwege dit verzuim. Wel werd de boete met 25% gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn. Daarnaast werd een proceskostenvergoeding toegekend voor de fase bij de kantonrechter.
De beslissing van de officier van justitie werd vernietigd en de boete gematigd tot €121,50 inclusief administratiekosten. Betrokkene krijgt €37,50 terugbetaald van de zekerheidstelling. De proceskostenvergoeding bedraagt €119,32.
Uitkomst: De boete wordt gematigd vanwege onduidelijke verkeerssituatie en overschrijding redelijke termijn, met toekenning van proceskostenvergoeding.