Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene] B.V.
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 437,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het rijden op het voetpad in de Nieuwlandstraat te Tilburg op 31 december 2021. Hij stelde beroep in tegen deze boete, stellende dat de verkeerssituatie onduidelijk was vanwege een fuik en onjuiste bebording, en dat de redelijke termijn was overschreden.
De rechtbank analyseerde de situatie in drie periodes: juli-augustus 2021, waarin de bebording onvoldoende was en boetes niet terecht waren; 10 september tot 3 november 2021, waarin de bebording formeel voldeed maar de verkeerssituatie nog onduidelijk was; en vanaf 3 november 2021, waarin de situatie duidelijk was door een inritconstructie. De boete betrof de derde periode.
Hoewel de verkeerssituatie vanaf 3 november 2021 duidelijk was, erkende de rechtbank dat de redelijke termijn van behandeling was overschreden met vijf maanden, waardoor de boete met 25% werd gematigd. Daarnaast werd een proceskostenvergoeding toegekend voor de fase bij de kantonrechter. Het beroep werd derhalve gedeeltelijk gegrond verklaard.
Uitkomst: De boete wordt gematigd vanwege overschrijding redelijke termijn, beroep deels gegrond verklaard.