Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 437,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het rijden op het voetpad in de Nieuwlandstraat te Tilburg op 9 maart 2022. Betrokkene stelde dat de verkeerssituatie onduidelijk was door onjuiste bebording en een fuik, waardoor de boete onterecht was. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene bij de kantonrechter in beroep ging.
De kantonrechter oordeelde dat de verkeerssituatie in drie periodes moet worden beoordeeld. Voor juli tot 9 september 2021 was de bebording onvoldoende en mochten boetes niet worden opgelegd. Van 10 september tot 3 november 2021 was de situatie formeel duidelijk, maar door wegwerkzaamheden en onduidelijkheid vond de kantonrechter het niet redelijk boetes op te leggen en matigde deze naar nihil. Vanaf 3 november 2021 was de situatie voldoende duidelijk en waren boetes terecht opgelegd.
De kantonrechter stelde vast dat de hoorplicht door de officier van justitie was geschonden, maar matigde de boete niet vanwege deze schending. Wel werd de boete met 25% gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn. Daarnaast werd betrokkene een proceskostenvergoeding toegekend voor de fase bij de kantonrechter.
Uitkomst: De boete wordt gematigd tot €112,50 plus administratiekosten en de proceskosten worden vergoed.