Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene] B.V.
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 437,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd wegens rijden op het voetgangersgebied Nieuwlandstraat te Tilburg op 16 maart 2022. Betrokkene voerde aan dat hij mocht rijden en dat de bebording onduidelijk was. De professioneel gemachtigde stelde dat sprake was van een fuik en dat de gemeente de situatie later heeft aangepast, wat duidt op onduidelijkheid.
De officier van justitie stelde dat de boete terecht was opgelegd en dat het niet zien van de bebording voor eigen risico was. Wel erkende hij overschrijding van de redelijke termijn en stelde matiging voor.
De kantonrechter oordeelde dat de verkeerssituatie in drie periodes moet worden beoordeeld. Voor de periode juli tot 9 september 2021 was de bebording onvoldoende, waardoor boetes niet terecht waren. Van 10 september tot 3 november 2021 was de situatie formeel duidelijk, maar door wegwerkzaamheden en onduidelijkheid niet redelijk om boetes op te leggen, dus matiging naar nihil. Vanaf 3 november 2021 was de situatie voldoende duidelijk en boetes terecht.
In deze zaak werd de boete gematigd met 25% wegens overschrijding van de redelijke termijn. De schending van de hoorplicht leidde tot vernietiging van de beslissing van de officier van justitie. Proceskosten werden toegekend voor de fase bij de kantonrechter. De boete werd verlaagd tot €121,50 inclusief administratiekosten.
Uitkomst: De boete wordt gematigd tot €112,50 plus administratiekosten en de beslissing van de officier van justitie vernietigd wegens schending hoorplicht en overschrijding redelijke termijn.