ECLI:NL:RBZWB:2024:5280
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarden van twee woningen in Tilburg na bezwaar
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waarden van twee woningen in Tilburg, vastgesteld op respectievelijk €327.000 en €143.000 na correctie door de heffingsambtenaar. De rechtbank behandelde het beroep en oordeelde dat het beroepschrift tijdig was ingediend en ontvankelijk was.
De heffingsambtenaar gebruikte de vergelijkingsmethode om de waarden te bepalen, waarbij rekening werd gehouden met verschillen tussen de woningen en referentieobjecten. Belanghebbende stelde dat een van de woningen als winkel moest worden gewaardeerd, maar de rechtbank oordeelde dat de feitelijke bewoning leidend is, mede omdat de bewoner ingeschreven staat en voorzieningen aanwezig zijn.
Verder stelde belanghebbende dat de staat van onderhoud en het ontbreken van isolatie onvoldoende waren meegewogen bij de andere woning. De rechtbank concludeerde dat de heffingsambtenaar dit wel degelijk had gedaan door lagere factoren toe te passen. Ook het ontbreken van alle foto’s van een inpandige opname leidde niet tot een bewijsnadeel voor belanghebbende.
De rechtbank concludeerde dat de WOZ-waarden niet te hoog zijn vastgesteld en verklaarde de beroepen ongegrond. Het griffierecht wordt niet teruggegeven.
Uitkomst: De beroepen tegen de WOZ-waarden van de twee woningen worden ongegrond verklaard en de vastgestelde waarden blijven gehandhaafd.