ECLI:NL:RBZWB:2018:535
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Tussenbeschikking
- Rechtspraak.nl
Beslissing geheimhouding stukken in bestuursrechtelijke belastingzaak
In deze bestuursrechtelijke procedure betreffende een belastingzaak heeft de rechtbank Zeeland-West-Brabant op 25 januari 2018 een beslissing genomen over de geheimhouding van stukken die door de inspecteur van de Belastingdienst waren ingediend. De inspecteur verzocht geheimhouding van bepaalde documenten op grond van artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), waarbij een belangenafweging tussen het belang van privacy en het belang van belanghebbende bij kennisneming van de stukken centraal stond.
De rechtbank onderscheidde tussen twee categorieën stukken: de niet-ingediende stukken en de geschoonde stukken. De niet-ingediende stukken, bestaande uit correspondentie tussen Roemeense instanties en vertalingen daarvan, werden niet als geheimhoudingswaardig beoordeeld omdat de inspecteur onvoldoende specifieke redenen had aangevoerd en de algemene stelling dat openbaarmaking schade zou kunnen veroorzaken onvoldoende was. De geschoonde stukken betroffen loonstaten en fiscale gegevens waarbij privacygevoelige informatie was weggelakt. Voor deze stukken oordeelde de rechtbank dat het privacybelang aanzienlijk zwaarder woog dan het belang van belanghebbende, zodat geheimhouding gerechtvaardigd was.
De rechtbank ging ook in op de vraag of de stukken als 8:42-stukken konden worden aangemerkt, wat van belang is voor de toepasselijkheid van artikel 8:29 Awb Pro. De rechtbank nam aan dat de stukken die bij de besluitvorming in de bestuursrechtelijke fase een rol hebben gespeeld onder de 8:42-stukken vallen. De beslissing is een voorlopige en bedoeld om de beoordeling door de hoofdkamer niet te bemoeilijken.
Tenslotte wees de rechtbank erop dat tegen deze tussenbeslissing alleen hoger beroep kan worden ingesteld tegelijk met het hoger beroep tegen de uitspraak in de hoofdzaak.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat geheimhouding gerechtvaardigd is voor geschoonde stukken vanwege privacy, maar wijst geheimhouding af voor niet-ingediende stukken wegens onvoldoende motivering.