Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene] B.V.
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 437,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete voor het rijden op het voetpad in de Nieuwlandstraat te Tilburg op 25 maart 2022. De boete werd door de officier van justitie gehandhaafd, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. De kantonrechter nam het eerdere oordeel over dat de verkeerssituatie in de Nieuwlandstraat in drie periodes werd onderscheiden, waarbij in de eerste twee periodes sprake was van onduidelijkheid en onvoldoende bebording.
De kantonrechter oordeelde dat de boete terecht was opgelegd na 3 november 2021, toen de verkeerssituatie duidelijk was door een inritconstructie. Voor de periode 10 september tot 3 november 2021 werd de boete gematigd naar nihil vanwege onduidelijkheid, en voor de periode juli tot 9 september 2021 werden boetes gegrond verklaard vanwege het ontbreken van vooraankondigingsborden.
In deze zaak werd vastgesteld dat de gedraging plaatsvond na 3 november 2021, waardoor de boete inhoudelijk terecht was. Wel werd de hoorplicht geschonden en de redelijke termijn overschreden, wat leidde tot matiging van de boete met 25%. Daarnaast werd een proceskostenvergoeding toegekend voor de fase bij de kantonrechter.
Uitkomst: De boete voor rijden op het voetpad in de Nieuwlandstraat wordt gematigd wegens overschrijding redelijke termijn, met proceskostenvergoeding toegekend.