Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene] N.V.
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 437,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete voor het rijden op het voetpad in de Nieuwlandstraat te Tilburg op 18 maart 2022. Betrokkene voerde aan de gedraging niet te hebben verricht en stelde dat de bebording onduidelijk was en niet voldeed aan gemeentelijke handhavingsvoorwaarden. Tevens werd een schending van de redelijke termijn aangevoerd.
De kantonrechter verwijst naar eerdere themazittingen en oordeelt dat de verkeerssituatie vanaf 3 november 2021 voldoende duidelijk was, maar dat in de periode daarvoor sprake was van onduidelijke bebording en het ontbreken van noodzakelijke vooraankondigingsborden, waardoor boetes in die periodes niet terecht waren. Voor de datum van 18 maart 2022 geldt dat de situatie na 3 november 2021 duidelijk was, waardoor de boete inhoudelijk terecht is opgelegd.
Wel is vastgesteld dat de hoorplicht door de officier van justitie is geschonden en dat de redelijke termijn van behandeling met ruim twee maanden is overschreden. Daarom wordt de boete met 25% gematigd. Daarnaast wordt een proceskostenvergoeding toegekend voor de fase bij de kantonrechter. De officier van justitie wordt opgedragen het teveel betaalde bedrag terug te betalen.
Uitkomst: Boete gematigd wegens termijnoverschrijding, hoorplichtschending vastgesteld, proceskosten toegekend.