Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene] B.V.
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 437,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete voor het rijden op het voetpad van de Nieuwlandstraat te Tilburg op 7 december 2021. Betrokkene voerde aan dat de verkeerssituatie onduidelijk was door een fuik en onduidelijke bebording, en dat de redelijke termijn was overschreden. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond.
De rechtbank verwijst naar eerdere themazittingen en oordeelt dat de verkeerssituatie in drie periodes moet worden beoordeeld. Voor juli tot 9 september 2021 was de bebording onvoldoende, waardoor boetes in die periode niet terecht waren. Van 10 september tot 3 november 2021 was de situatie formeel duidelijk, maar door wegwerkzaamheden en onduidelijke bebording toch onduidelijk voor bestuurders, zodat boetes in die periode worden gematigd naar nihil. Vanaf 3 november 2021 is de situatie voldoende duidelijk en boetes terecht opgelegd.
De rechtbank constateert een overschrijding van de redelijke termijn van ruim vijf maanden en matigt de boete met 25%. Tevens wordt een proceskostenvergoeding toegekend voor de fase bij de kantonrechter. De boete wordt gematigd tot €112,50 plus administratiekosten, en het teveel betaalde bedrag wordt terugbetaald.
Uitkomst: Het beroep is gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete gematigd vanwege onduidelijke verkeerssituatie en overschrijding redelijke termijn.