Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 437,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene werd beboet voor het rijden op het voetpad in de Nieuwlandstraat te Tilburg op 20 november 2021. Het beroep tegen deze boete werd eerst ongegrond verklaard door de officier van justitie, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. De kantonrechter hield rekening met eerdere themazittingen over de verkeerssituatie in de Nieuwlandstraat, waaruit bleek dat de bebording en verkeerssituatie in bepaalde periodes onduidelijk was.
De kantonrechter onderscheidde drie periodes: juli-augustus 2021, waarin de bebording onvoldoende was en boetes niet terecht waren; 10 september tot 3 november 2021, waarin formeel aan de voorwaarden werd voldaan maar de situatie nog onduidelijk was voor bestuurders, waardoor boetes gematigd werden naar nihil; en vanaf 3 november 2021, waar de situatie duidelijk was en boetes terecht werden opgelegd.
Voor de boete van betrokkene, opgelegd op 20 november 2021, werd geoordeeld dat de verkeerssituatie voldoende duidelijk was, maar dat de redelijke termijn van behandeling van het beroep met ruim zes maanden was overschreden. Daarom werd de boete met 25% gematigd. Tevens werd betrokkene een proceskostenvergoeding toegekend voor de fase bij de kantonrechter.
De kantonrechter wijzigde het besluit van de officier van justitie door de boete te matigen, het teveel betaalde bedrag terug te betalen en de proceskosten te vergoeden. Het beroep werd daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard.
Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond, boete gematigd met 25% wegens overschrijding redelijke termijn en proceskostenvergoeding toegekend.