Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 437,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het rijden op het voetgangersgebied in de Nieuwlandstraat te Tilburg op 27 december 2021. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete vanwege onduidelijke verkeerssituatie door onjuiste bebording en een fuik, en verzocht om matiging en proceskostenvergoeding.
De rechtbank verwees naar eerdere themazittingen over de Nieuwlandstraat en onderscheidde drie periodes. Voor juli tot 9 september 2021 was de bebording onvoldoende, waardoor boetes in die periode niet terecht waren. Van 10 september tot 3 november 2021 was de bebording formeel correct, maar door wegwerkzaamheden en onduidelijkheid matigde de rechtbank de boetes naar nihil. Vanaf 3 november 2021 was de situatie duidelijk en werden boetes terecht opgelegd.
De rechtbank oordeelde dat de boete van betrokkene terecht was opgelegd, maar matigde deze met 25% wegens overschrijding van de redelijke termijn van behandeling. Tevens werd een proceskostenvergoeding toegekend voor de fase bij de kantonrechter. De beslissing van de officier van justitie werd dienovereenkomstig gewijzigd.
Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond; boete gematigd met 25% wegens overschrijding redelijke termijn en proceskostenvergoeding toegekend.