Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 437,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene werd beboet voor het rijden op het voetpad in de Nieuwlandstraat te Tilburg op 22 november 2021. Betrokkene stelde dat de verkeerssituatie onduidelijk was door onjuiste en verwarrende bebording, waaronder het ontbreken van vooraankondigingsborden en een onduidelijke verplichte rijrichting. De officier van justitie handhaafde de boete, maar erkende een overschrijding van de redelijke termijn.
De kantonrechter oordeelde op basis van eerdere themazittingen en beleidskaders dat de verkeerssituatie in drie periodes moest worden beoordeeld. In de periode juli tot en met 9 september 2021 was de bebording onvoldoende en mochten boetes niet worden opgelegd. Van 10 september tot 3 november 2021 was de situatie formeel duidelijk, maar door wegwerkzaamheden en onduidelijke bebording toch verwarrend, waardoor boetes in deze periode gematigd worden naar nihil. Vanaf 3 november 2021 was de situatie duidelijk en boetes terecht opgelegd.
De boete van betrokkene, opgelegd op 22 november 2021, valt in de laatste periode en is inhoudelijk terecht. Wel werd de boete met 25% gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn van meer dan twee jaar. Betrokkene kreeg daarnaast een proceskostenvergoeding toegekend voor de fase bij de kantonrechter.
Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond, boete gematigd met 25% wegens overschrijding redelijke termijn.