Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 437,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd wegens rijden op het voetpad van de Nieuwlandstraat te Tilburg op 21 december 2021. Hij stelde beroep in tegen de boete, stellende dat de verkeerssituatie onduidelijk was door een fuik en verwarrende bebording. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter.
De kantonrechter hield rekening met eerdere thematische uitspraken over de Nieuwlandstraat, waarin drie periodes werden onderscheiden. In de eerste periode (juli-augustus 2021) ontbrak een juiste vooraankondiging, waardoor boetes onterecht waren. In de tweede periode (10 september - 3 november 2021) was de situatie formeel volgens het beleidskader, maar door wegwerkzaamheden en onduidelijke bebording was het niet redelijk boetes op te leggen. In de derde periode (vanaf 3 november 2021) was de situatie duidelijk en boetes terecht opgelegd.
De boete van betrokkene viel in de tweede periode, waardoor de kantonrechter de boete matigde naar nihil. Daarnaast werd vastgesteld dat de redelijke termijn van behandeling was overschreden, waardoor de boete met 25% werd verminderd. De kantonrechter wees ook een proceskostenvergoeding toe voor de fase bij de kantonrechter.
De beslissing van de officier van justitie werd gewijzigd, de boete gematigd tot € 112,50 plus administratiekosten, en een bedrag van € 37,50 terugbetaald aan betrokkene. Het beroep werd aldus gedeeltelijk gegrond verklaard.
Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond verklaard, boete gematigd tot € 112,50 plus administratiekosten en proceskostenvergoeding toegekend.