Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene] B.V.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene is een verkeersboete opgelegd voor het rijden op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of ruiterpad op 2 juli 2022 te Tilburg. Betrokkene stelde beroep in tegen deze boete bij de officier van justitie, maar dit beroep werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege het niet of niet tijdig stellen van zekerheid.
Hiertegen stelde betrokkene beroep in bij de kantonrechter. Tijdens de zitting op 25 juni 2024 verscheen de gemachtigde van betrokkene, die zijn standpunt wijzigde en stelde dat het beroep bij de officier van justitie terecht niet-ontvankelijk was verklaard, verwijzend naar een eerdere uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
De officier van justitie verzocht het beroep ongegrond te verklaren. De kantonrechter oordeelde dat de officier van justitie terecht het administratief beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard en verklaarde het beroep ongegrond. De uitspraak werd openbaar gedaan en betrokkene werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete is ongegrond verklaard omdat het administratief beroep terecht niet-ontvankelijk is verklaard.