In deze zaak vordert de huurder van een bedrijfsruimte, waarin een coffeeshop wordt geëxploiteerd, schorsing van de tenuitvoerlegging van een vonnis dat de huurovereenkomst buitengerechtelijk heeft ontbonden en ontruiming heeft bevolen. De ontbinding was gebaseerd op ernstige geweldsincidenten rondom het pand, waaronder schietpartijen en explosieven, die de openbare orde verstoorden.
De voorzieningenrechter overweegt dat in het eerdere vonnis nog geen belangenafweging heeft plaatsgevonden in het kader van de uitvoerbaar bij voorraad verklaring. De belangen van huurder en verhuurder moeten daarom in deze procedure worden afgewogen. De huurder heeft onderbouwd dat ontruiming leidt tot verlies van zijn exploitatievergunning, die persoons- en locatiegebonden is, en daarmee tot verlies van inkomen voor hem en zijn gezin.
De verhuurder stelt dat het pand risico loopt op schade en dat hij lijdt onder de situatie, maar deze belangen wegen minder zwaar. De huurder heeft maatregelen genomen om schade te voorkomen en de incidenten lijken gericht op de exploitant, niet op het pand zelf. De voorzieningenrechter besluit dat het belang van de huurder bij behoud van de huidige situatie zwaarder weegt en schorst de tenuitvoerlegging van het vonnis tot het hoger beroep onherroepelijk is of wordt ingetrokken.