ECLI:NL:RBZWB:2024:5550
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S. Hindriks
- Rechtspraak.nl
Weigering Ziektewet-uitkering wegens benadelingshandeling door ontslag tijdens ziekte
Eiser heeft een Ziektewet-uitkering aangevraagd nadat hij per 1 mei 2023 ontslag had genomen terwijl hij ziek was. Het UWV heeft de uitkering geweigerd omdat eiser volgens hen door het zelf nemen van ontslag tijdens ziekte zijn recht op loondoorbetaling heeft prijsgegeven, wat een benadelingshandeling vormt. Eiser voerde aan dat er sprake was van een medische noodzaak voor het ontslag, ondersteund door medische verklaringen van zijn huisarts en GGZ-specialisten.
De rechtbank heeft het beroep behandeld en vastgesteld dat eiser inderdaad per 1 mei 2023 arbeidsongeschikt was, maar dat hij zonder medische noodzaak zelf ontslag heeft genomen. De verzekeringsarts b&b concludeerde dat geen sprake was van medische verschoonbaarheid, zoals psychische ontreddering of dwingend medisch advies. De ingediende medische stukken overtuigden de rechtbank niet van het tegendeel.
De rechtbank oordeelt dat het UWV terecht een maatregel heeft opgelegd en de Ziektewet-uitkering blijvend geheel heeft geweigerd. Van dringende redenen om hiervan af te zien is geen sprake, ook niet gezien de financiële situatie van eiser. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding of griffierecht terug.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de Ziektewet-uitkering wordt blijvend geheel geweigerd vanaf 1 mei 2023.