ECLI:NL:RBZWB:2024:5657
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging WIA-uitkeringsbesluit wegens onvoldoende medisch onderzoek maar weigering uitkering blijft in stand
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om hem geen WIA-uitkering toe te kennen per 28 november 2020. De rechtbank oordeelde in een tussenuitspraak dat het medisch onderzoek onvoldoende zorgvuldig was, omdat aandacht voor maagzuurklachten ontbrak. Het UWV kreeg de gelegenheid dit gebrek te herstellen.
Na aanvullende medische rapportage en een nieuwe Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) concludeerde de verzekeringsarts dat de beperkingen van eiser adequaat waren beoordeeld, inclusief zijn maagzuurklachten, knie- en psychische klachten. De arbeidsdeskundige bevestigde dat de geselecteerde functies passend waren.
De rechtbank stelde vast dat de mate van arbeidsongeschiktheid 19,17% bedraagt, wat onvoldoende is voor een WIA-uitkering. Het beroep werd gegrond verklaard wegens het eerdere gebrek, het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen bleven in stand. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de weigering van de WIA-uitkering blijft in stand wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.