Uitspraak
STICHTING [gedaagde],
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Partijen sloten op 29 juli 2021 een koopovereenkomst waarbij eiser het recht van erfpacht op een perceel met woning kocht van rechthebbende. De koopprijs bedroeg €90.000. De koopovereenkomst bevatte bepalingen over de staat van het onroerend goed, de betalingsverplichtingen van de erfpachtcanon en ontbinding bij tekortkoming met een contractuele boete van 10%.
De overdracht van het erfpachtrecht vond niet plaats omdat de eigenaar van de grond geen toestemming gaf vanwege een betalingsachterstand op de erfpachtcanon. De rechtbank oordeelt dat deze betalingsachterstand aan de gedaagde (bewindvoerder van rechthebbende) te wijten is, omdat zij verantwoordelijk was voor betaling tot aan de overdracht. Eiser stelde de gedaagde meerdere malen in gebreke en ontbond de koopovereenkomst.
De kantonrechter stelt vast dat aan de voorwaarden voor ontbinding en het opeisen van de boete is voldaan: er is sprake van een toerekenbare tekortkoming, ingebrekestelling is ontvangen, en een schriftelijke ontbindingsverklaring is gegeven. Het beroep op matiging van de boete wordt verworpen. Daarnaast worden buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente toegewezen. De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €9.825 plus rente en proceskosten, en het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot betaling van de contractuele boete van 10% toe en veroordeelt gedaagde tot betaling van €9.825 plus rente en proceskosten.