ECLI:NL:RBZWB:2024:5978
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waarde en aanslag onroerendezaakbelasting woning te Prinsenbeek
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de WOZ-waarde van haar woning te Prinsenbeek, vastgesteld op €404.000 per 1 januari 2022, en de daarmee samenhangende aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) voor 2023. De heffingsambtenaar heeft het bezwaar ongegrond verklaard en de waarde gehandhaafd. De rechtbank heeft het beroep op 18 juli 2024 behandeld en beoordeelt of de WOZ-waarde te hoog is vastgesteld.
De woning betreft een twee-onder-een-kapwoning uit 1969 met 100 m2 gebruikersoppervlakte en diverse voorzieningen zoals een aanbouw, garage, dakkapel en dakterras. De heffingsambtenaar baseerde de waardering op een taxatiematrix met vier referentiewoningen in de directe omgeving, die voldoende vergelijkbaar zijn qua ligging, bouwjaar en oppervlakte. De rechtbank oordeelt dat de gebruikte referentiewoningen en de toegepaste correcties voor verschillen adequaat zijn en dat de heffingsambtenaar zijn bewijslast heeft voldaan.
Belanghebbende stelde een lagere waarde van maximaal €375.000 voor, onder meer op basis van een oriënterend gesprek met een makelaar en enkele verkoopprijzen van andere woningen, maar deze gegevens zijn onvoldoende onderbouwd of te ver van de waardepeildatum verwijderd om de WOZ-waarde te verlagen. De rechtbank concludeert dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond. Hierdoor blijft ook de aanslag OZB gehandhaafd en wordt het griffierecht niet vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde en aanslag OZB wordt ongegrond verklaard en de vastgestelde waarde van €404.000 blijft gehandhaafd.