ECLI:NL:RBZWB:2024:6014

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
18 juli 2024
Publicatiedatum
27 augustus 2024
Zaaknummer
AWB-23-1694
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:162 BWArt. 6:11 AwbArt. 6:2 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek immateriële schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn bezwaar en beroep WOZ-waarde

Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar inzake de WOZ-waarde. Tijdens de procedure is een compromis gesloten over de WOZ-waarde en proceskosten, waarna belanghebbende het beroep introk, maar een verzoek tot vergoeding van immateriële schade indiende.

De rechtbank constateert dat de redelijke termijn van twee jaar voor de behandeling van bezwaar en beroep is overschreden met ongeveer vijf maanden, gerekend vanaf de ontvangst van het bezwaarschrift op 4 maart 2022. Volgens het arrest van de Hoge Raad is een overschrijding van de redelijke termijn een vereiste voor vergoeding van immateriële schade.

Echter, belanghebbende heeft onvoldoende feiten gesteld om het financiële belang te onderbouwen, dat minimaal € 1.000 moet bedragen. De rechtbank gaat uit van een financieel belang groter dan € 15, maar dit is onvoldoende om een vergoeding toe te kennen. Daarom wijst de rechtbank het verzoek tot immateriële schadevergoeding af.

De uitspraak is gedaan door mr. M.E. de Boer en openbaar gemaakt op 18 juli 2024. Partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof ’s-Hertogenbosch binnen zes weken na verzending van de uitspraak.

Uitkomst: Het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Middelburg
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 23/1694

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 juli 2024 in de zaak tussen

[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende,

(gemachtigde: mr. R. van der Weide, verbonden aan Bezwaarmaker.nl),
en
de heffingsambtenaar van SaBeWa Zeeland(gemeente Sluis), de heffingsambtenaar.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende om vergoeding van immateriële schade dat is gedaan in het kader van een beroepsprocedure tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 24 januari 2023.
1.1.
Belanghebbende is in beroep gekomen. Op 25 juni 2024 heeft de rechtbank een intrekking van het beroep van belanghebbende ontvangen. Partijen hebben een compromis gesloten over de WOZ-waarde en de proceskostenvergoeding.

Overwegingen

2. Belanghebbende heeft bij intrekking een verzoek tot vergoeding van immateriële schade gedaan, op welk verzoek de rechtbank in deze uitspraak beslist. Belanghebbende doet een beroep op het arrest van de Hoge Raad van 31 mei 2024. [1]
2.1.
De redelijke termijn voor behandeling van bezwaar en beroep bedraagt twee jaar, te rekenen vanaf de datum van ontvangst van het bezwaarschrift. Het bezwaarschrift is op 4 maart 2022 door de heffingsambtenaar ontvangen. De redelijke termijn van twee jaar is met afgerond 5 maanden overschreden.
2.2.
De rechtbank overweegt als volgt. Het is aan belanghebbende om feiten te stellen om de omvang van het financiële belang vast te stellen of op zijn minst te schatten dat het financiële belang minimaal € 1.000 is. [2] Belanghebbende heeft dat niet gedaan en het dossier geeft ook geen aanleiding dat het financiële belang groter is dan € 1.000. Wel gaat de rechtbank ervan uit dat het financiële belang groter is dan € 15. In het licht van het arrest van de Hoge Raad van 14 juni 2024 volstaat de rechtbank met de constatering dat de redelijke termijn is overschreden. Het arrest waar belanghebbende naar verwijst maakt dit niet anders.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om immateriële schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.E. de Boer, in aanwezigheid van W.M.C. Oomen, griffier, op 18 juli 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch.