Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
2.Verzoek
3.Standpunten
4.Beoordeling
5.Beslissing
[betrokkene],
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor betrokkene, die lijdt aan een psychische stoornis binnen het schizofreniespectrum. Betrokkene wenst een zorgmachtiging van zes maanden vanwege haar geplande vertrek naar het buitenland, waar zij vrijwillig medicatie wil blijven gebruiken. De psychiater en casemanager pleiten echter voor een machtiging van twaalf maanden, gezien het complexe zorgtraject en het ontbreken van een signaleringsplan.
Tijdens de mondelinge behandeling werd vastgesteld dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt door haar stoornis, waaronder risico op lichamelijk letsel, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven beschikbaar en vrijwillige zorg blijkt onvoldoende effectief. De rechtbank concludeert dat verplichte zorg noodzakelijk is en wijst de zorgmachtiging toe voor de gevraagde duur van twaalf maanden, waarbij de beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten worden toegelicht.
De rechtbank benadrukt het belang van goede afspraken over het eventuele vertrek naar het buitenland en wijst de door de advocaat aangevoerde jurisprudentie over doelmatigheid bij buitenlandse verblijf niet van toepassing. De beschikking is mondeling gegeven en schriftelijk uitgewerkt, met het rechtsmiddel van cassatie openstaand.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg voor de duur van twaalf maanden.