ECLI:NL:RBZWB:2024:6098
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen sluiting woning wegens drugscriminaliteit
Verzoekers hebben een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van de burgemeester om hun woning voor één maand te sluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet. Dit besluit is genomen naar aanleiding van een politieonderzoek waaruit bleek dat de woning werd gebruikt als uitvalsbasis voor een professionele drugsbezorgservice. In de woning werden aanzienlijke hoeveelheden cocaïne en contant geld aangetroffen.
De voorzieningenrechter heeft vastgesteld dat de burgemeester bevoegd is tot sluiting en dat de maatregel geschikt en noodzakelijk is gezien de ernst van de overtreding en de rol van de woning in het criminele samenwerkingsverband. Verzoekers voerden aan dat de hoeveelheid drugs gering was, er geen overlast was, en dat zij geen vervangende woonruimte konden vinden, maar deze bezwaren werden verworpen.
De rechter oordeelde dat de sluiting evenwichtig is, ondanks de persoonlijke omstandigheden van verzoekers, omdat zij toezicht hadden moeten houden op de woning en redelijkerwijs op de hoogte konden zijn van de aanwezigheid van drugs. De voorlopige voorziening is daarom afgewezen en de woning kan worden gesloten voor de opgelegde periode.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt afgewezen en de woning wordt voor één maand gesloten.