Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar van 9 maart 2022 tegen het besluit van 8 maart 2022 waarbij haar voorziening voor hulp in de huishouding werd beëindigd per 7 maart 2022.
Het college heeft op 17 oktober 2022 alsnog beslist op het bezwaar, waarna eiseres haar inhoudelijke gronden tegen dit besluit heeft ingetrokken, maar het beroep handhaafde voor het niet tijdig beslissen en de beslissing dat geen dwangsommen verschuldigd zijn.
De rechtbank stelt vast dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen rechtsgeldig en kennelijk gegrond is, en dat het college terecht geen dwangsom verschuldigd is omdat het bezwaar kennelijk ongegrond is verklaard. Het griffierecht wordt aan eiseres vergoed. Het beroep wordt verder ongegrond verklaard.