ECLI:NL:RBZWB:2024:6115
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning kinderbijslag met terugwerkende kracht van maximaal één jaar bevestigd
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn aanvraag om kinderbijslag voor zijn drie kinderen die in Marokko wonen. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) had de aanvraag aanvankelijk afgewezen vanwege het ontbreken van afspraken tussen Nederland en Marokko over uitbetaling van kinderbijslag vanaf 2 januari 2021.
Na bezwaar trok de Svb het eerdere besluit in en kende kinderbijslag toe met ingang van het tweede kwartaal 2021, met een maximale terugwerkende kracht van één jaar vanaf de datum van de aanvraag op 23 juni 2022. Eiser stelde dat hij ook recht had op kinderbijslag voor de periode vóór het tweede kwartaal 2021, verwijzend naar een eerdere aanvraag van mei 2020.
De rechtbank oordeelde dat op die eerdere aanvraag reeds was beslist en dat het beroep daarop niet meer openstaat, behalve via een herzieningsverzoek. De rechtbank bevestigde dat de AKW (artikel 14, lid 3) een maximale terugwerkende kracht van één jaar voorschrijft en dat geen bijzondere omstandigheden waren aangevoerd die een uitzondering rechtvaardigen.
Het beroep tegen het eerste besluit werd niet-ontvankelijk verklaard omdat dit was ingetrokken, en het beroep tegen het tweede besluit werd ongegrond verklaard. De Svb werd veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep tegen het eerste besluit is niet-ontvankelijk en het beroep tegen het tweede besluit ongegrond; kinderbijslag wordt toegekend met maximaal één jaar terugwerkende kracht vanaf het tweede kwartaal 2021.