Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 september 2024 in de zaak tussen
[belanghebbende] , uit [plaats 1] , belanghebbende,
de heffingsambtenaar van Sabewa Zeeland, de heffingsambtenaar,
de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid).
Inleiding
Feiten
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade aan belanghebbende van € 30;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade aan belanghebbende van € 20;
- bepaalt dat de heffingsambtenaar de helft van het griffierecht aan belanghebbende moet vergoeden, te weten € 25;
- bepaalt dat de Staat der Nederlanden de helft van het griffierecht aan belanghebbende moet vergoeden, te weten € 25;
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van € 109,37 aan proceskosten aan belanghebbende;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden tot betaling van € 109,38 aan proceskosten aan belanghebbende.