Op 1 februari 2022 vond een incident plaats in de woning van verdachte waarbij zowel verdachte als het slachtoffer letsel opliepen. Verdachte schoot acht keer met een vuurwapen, waarbij het slachtoffer drie keer in het been werd geraakt. De rechtbank stelde vast dat verdachte voorwaardelijk opzet had op de dood van het slachtoffer en veroordeelde hem voor poging tot doodslag.
Daarnaast werd tijdens een huiszoeking ongeveer 10 kilogram hennep en 5 gram MDMA aangetroffen in de woning van verdachte. Verdachte werd verantwoordelijk gehouden voor het bezit hiervan. Het noodweerverweer van verdachte werd verworpen omdat niet vaststond dat sprake was van een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding.
De rechtbank hield rekening met de ernst van de feiten, de locatie van het incident en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder eerdere veroordelingen en zijn huidige situatie. Uiteindelijk werd een gevangenisstraf van 30 maanden opgelegd, met aftrek van voorarrest, en het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven.