ECLI:NL:RBZWB:2024:6374

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
18 september 2024
Publicatiedatum
13 september 2024
Zaaknummer
BRE 23/10142
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:5 AwbArt. 7:1 AwbInvorderingswet 1990
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank verklaart zich onbevoegd inzake verrekening belastingaanslagen en gelast vergoeding griffierecht

Belanghebbende maakte bezwaar tegen de verrekening van openstaande bedragen op aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2017, 2018 en 2021. De ontvanger verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat de kennisgeving geen voor bezwaar vatbare beschikking is en verwees naar de belastingrechter.

De rechtbank oordeelt dat de belastingrechter niet bevoegd is om over de verrekening op grond van de Invorderingswet 1990 te beslissen, aangezien deze verrekening niet onder de uitzonderingen valt die wel aan de belastingrechter kunnen worden voorgelegd. Hierdoor is ook bezwaar maken niet mogelijk en kan het geschil alleen aan de burgerlijke rechter worden voorgelegd.

De rechtbank verklaart zich daarom onbevoegd en gelast de ontvanger het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 50 te vergoeden. Dit vanwege de onjuiste rechtsmiddelverwijzing in de uitspraak op bezwaar, waardoor belanghebbende ten onrechte dacht bij de belastingrechter in beroep te kunnen gaan.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd en gelast de ontvanger het griffierecht van € 50 aan belanghebbende te vergoeden.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 23/10142

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 september 2024 in de zaak tussen

[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende,

en

de ontvanger van de belastingdienst, de ontvanger.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de ontvanger van 1 september 2023. Het beroep ziet op de verrekening van openstaande bedragen op de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2017, 2018 en 2021.
1.1.
Omdat de belastingrechter kennelijk onbevoegd is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. Bij brief van 3 juli 2023 heeft de ontvanger een kennisgeving aan belanghebbende toegezonden betreffende een verrekening van aanslagen. Hiertegen heeft belanghebbende bezwaar gemaakt bij brief van 9 juli 2023.
3. Met dagtekening 1 september 2023 heeft de ontvanger het bezwaar tegen de kennisgeving niet-ontvankelijk verklaard, omdat een dergelijke kennisgeving niet een voor bezwaar vatbare beschikking is. De ontvanger heeft in de uitspraak op bezwaar vermeldt dat beroep openstaat bij de belastingrechter.
4. Belanghebbende heeft een beroepschrift ingediend. Niet in geschil is dat de ontvanger in beginsel openstaande bedragen op aanslagen kan verrekenen. Belanghebbende is het niet eens met de verrekening omdat hij een betalingsregeling heeft getroffen met de belastingdienst. Belanghebbende geeft tevens aan dat er inmiddels bedragen zijn betaald en verrekend en dat er geen bedragen meer openstaan.
5. Voor zover het beroep van belanghebbende is gericht tegen de uitspraak op bezwaar oordeelt de rechtbank als volgt.
6. De belastingrechter is als uitgangspunt niet bevoegd te oordelen over beslissingen van de ontvanger op grond van de Invorderingswet 1990. [1] Voor bepaalde besluiten is in de regelgeving een uitzondering gemaakt. De beslissing tot verrekening van bedragen valt niet onder een van de uitzonderingen. Omdat geen beroep bij de belastingrechter kan worden ingesteld, is het evenmin mogelijk bezwaar te maken. [2] Een geschil over verrekening van bedragen kan worden voorgelegd aan de burgerlijke rechter.
7. De rechtbank heeft zich daarom onbevoegd verklaard.
Griffierecht
8. De rechtbank ziet ondanks de onbevoegdverklaring aanleiding om de ontvanger te gelasten het griffierecht te vergoeden. De ontvanger heeft bij de uitspraak op bezwaar naast een juiste rechtsmiddelverwijzing (de verwijzing naar de burgerlijke rechter) ook een onjuiste rechtsmiddelverwijzing opgenomen waardoor belanghebbende ten onrechte in de veronderstelling was dat hij bij de belastingrechter kon opkomen tegen het handelen van de ontvanger.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart zich onbevoegd;
- gelast dat de ontvanger het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 50 aan hem vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van N. Plasman, griffier, op 18 september 2024 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit volgt uit artikel 8:5 van Pro de Awb en artikel 1 van Pro de Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak die behoort bij de Awb. In dat artikel 1 wordt Pro de Invorderingswet 1990 genoemd.
2.Of bezwaar kan worden gemaakt, is namelijk ervan afhankelijk of beroep kan worden ingesteld (artikel 7:1 van Pro de Awb).