ECLI:NL:RBZWB:2024:6421
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslagen en eigenwoningrenteaftrek voor 2016, 2018 en 2020
Belanghebbende maakte bezwaar tegen navorderingsaanslagen en aanslagen inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen voor de jaren 2016, 2018 en 2020, waarbij hij de aftrek van eigenwoningrente betwistte. De inspecteur had de aanslagen verminderd door een lagere eigenwoningrenteaftrek te accepteren dan door belanghebbende opgegeven.
Tijdens de zitting was belanghebbende niet aanwezig. De rechtbank beoordeelde of de aanslagen en belastingrentebeschikkingen correct waren vastgesteld aan de hand van de overgelegde stukken en de wettelijke criteria voor eigenwoningrenteaftrek. Belanghebbende had onvoldoende bewijs geleverd dat hij meer rente had betaald dan door de inspecteur geaccepteerd.
De rechtbank oordeelde dat de lening bij de buitenlandse vennootschap kwalificeert als eigenwoningschuld, maar dat de door belanghebbende opgegeven rente niet aannemelijk was gemaakt. Ook de rente op de ABN AMRO leningen en de lening bij de Interstatebank werd niet als aftrekbaar erkend vanwege gebrek aan inzicht in het leningverloop.
Het vertrouwensbeginsel werd door de rechtbank verworpen omdat eerdere acceptatie van renteaftrek in voorgaande jaren geen garantie biedt voor latere jaren. Belanghebbende voerde geen zelfstandige gronden aan tegen de belastingrente. De beroepen werden ongegrond verklaard en de aanslagen en rentebeschikkingen bleven in stand.
Uitkomst: De beroepen van belanghebbende tegen de navorderingsaanslagen en aanslagen inkomstenbelasting over 2016, 2018 en 2020 worden ongegrond verklaard.