ECLI:NL:RBZWB:2024:6630
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Bodemzaak
- Ebben
- Rechtspraak.nl
Ontbinding en ontruiming opslagruimte wegens huurachterstand en rechtsgeldige opzegging
In deze civiele bodemzaak stond de vraag centraal of de huurovereenkomst tussen eiser en gedaagde rechtsgeldig was opgezegd en of de opslagruimte ontruimd moest worden wegens huurachterstand.
Eiser had de huurovereenkomst bij brief van 18 januari 2024 opgezegd tegen 29 februari 2024, vanwege een aanzienlijke huurachterstand en het uitblijven van reacties op betalingsverzoeken. Gedaagde erkende de huurachterstand en gaf persoonlijke omstandigheden aan die de betalingsachterstand hadden veroorzaakt. Hij stelde tevens open te staan voor een betalingsregeling.
De kantonrechter oordeelde dat de opzegging rechtsgeldig was, mede gelet op de toepasselijkheid van artikel 7:228 BW Pro en de jurisprudentie van de Hoge Raad omtrent duurovereenkomsten. De huurachterstand werd erkend en toegewezen. De gevorderde ontruiming werd toegewezen met een redelijke termijn van veertien dagen, en de dwangsom werd gematigd en gemaximeerd. De gevorderde schadevergoeding en rente werden eveneens toegewezen. De proceskosten werden aan gedaagde opgelegd.
Uitkomst: De huurovereenkomst is rechtsgeldig opgezegd en ontbonden, gedaagde moet de opslagruimte binnen veertien dagen ontruimen en de huurachterstand met rente en schadevergoeding betalen.