ECLI:NL:RBZWB:2024:6690
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen omgevingsvergunning voor woningbouw met onderkeldering en bronbemaling
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de omgevingsvergunning die het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veere heeft verleend aan vergunninghouder voor het bouwen van een woning met onderkeldering op een perceel nabij de woning van eiser. Eiser vreest schade door de bouwwerkzaamheden, met name door bronbemaling en trillingen, en stelt dat het college onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar deze effecten en onterecht aannam dat aan het Bouwbesluit 2012 wordt voldaan.
De rechtbank overweegt dat de aanvraag is onderbouwd met een uitgebreide ruimtelijke onderbouwing en een uitvoeringsvoorstel voor de onderkeldering. Het college heeft deze stukken beoordeeld en heeft terecht aangenomen dat het bouwplan voldoet aan de voorschriften van het Bouwbesluit 2012. Het definitieve werkplan, inclusief berekeningen en maatregelen tegen schade, moet nog worden ingediend en goedgekeurd door het college. Dit is in lijn met artikel 8.7 van het Bouwbesluit 2012 en biedt ruimte voor een gefaseerde toestemming.
Eiser wenst dat de gegevens van het bouwveiligheidsplan al bij de vergunningverlening worden betrokken, maar de rechtbank verwijst naar jurisprudentie dat latere overlegging van dergelijke gegevens is toegestaan. Bij niet-goedkeuring van het bouwveiligheidsplan kan het college handhavend optreden. De rechtbank ziet geen grond voor aanvullende voorschriften zoals een CAR-verzekering, die vergunninghouder ter zitting heeft bevestigd te zullen afsluiten.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor de omgevingsvergunning in stand blijft. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding en ook het griffierecht wordt niet vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen de verleende omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard en de vergunning blijft in stand.