ECLI:NL:RVS:2023:180
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- H.J.M. Baldinger
- J.M.L. Niederer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake omgevingsvergunning bouw aan-/opbouw woning
Het college van burgemeester en wethouders van Westland verleende op 16 januari 2018 een omgevingsvergunning voor het bouwen van een aan-/opbouw op een bestaande uitbouw van een woning te ’s-Gravenzande. Buren maakten bezwaar omdat zij meenden dat het bouwplan niet voldeed aan het Bouwbesluit 2012, met name op het gebied van constructie en stabiliteit.
De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde het besluit van het college, waarbij het rapport van de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening (STAB) een belangrijke rol speelde. Het college en de vergunningaanvragers gingen in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank onterecht het feitelijk gebouwde bouwwerk had beoordeeld in plaats van het bouwplan waarvoor de vergunning was aangevraagd. De toetsing moet plaatsvinden op basis van de stukken die bij de aanvraag zijn ingediend. De STAB bevestigde dat op basis van de aanvraagstukken aannemelijk was dat aan het Bouwbesluit werd voldaan.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de buren ongegrond. Tevens werd het besluit van 24 juni 2020 van het college vernietigd omdat dit was genomen op basis van de vernietigde uitspraak. Desondanks gaf de Afdeling een inhoudelijk oordeel dat de aan-/opbouw zoals uitgevoerd voldoet aan het Bouwbesluit. Tot slot werd het betaalde griffierecht aan het college en de vergunningaanvragers terugbetaald.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de buren ongegrond.