ECLI:NL:RBZWB:2024:6750
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen WOZ-waarde woning ongegrond verklaard door rechtbank
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, die door de heffingsambtenaar op €610.000 is vastgesteld per 1 januari 2021. De rechtbank beoordeelt of deze waarde te hoog is vastgesteld en of er sprake is van een schending van artikel 40 van Pro de Wet WOZ.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ongegrond is omdat de heffingsambtenaar de waarde voldoende heeft onderbouwd met een taxatierapport en vergelijkbare referentiewoningen. Het beroep op schending van artikel 40 Wet Pro WOZ wordt verworpen omdat het verzoek onvoldoende specifiek was en de heffingsambtenaar in beroep een nieuw waarderapport heeft ingediend.
Daarnaast wijst de rechtbank het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke beslistermijn af, omdat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij hierdoor schade heeft geleden. De WOZ-waarde en de aanslag OZB blijven gehandhaafd en belanghebbende krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en het verzoek om immateriële schadevergoeding wordt afgewezen.