ECLI:NL:RBZWB:2024:6837
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken juiste machtiging in WOZ-zaak
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de WOZ-beschikking 2022 en de daarbij behorende aanslag onroerende zaakbelasting. Het beroepschrift is ingediend door mr. D.A.N. Bartels, die zich als gemachtigde van belanghebbende presenteerde. Echter, bij het beroepschrift ontbrak een geldige machtiging waaruit blijkt dat hij bevoegd is om namens belanghebbende op te treden.
De rechtbank heeft mr. Bartels meerdere malen verzocht om binnen gestelde termijnen een juiste machtiging te overleggen. De ingediende machtigingen waren niet op naam gesteld en niet te herleiden tot een bevoegde ondertekenaar. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat mr. Bartels gemachtigd was om het beroep in te stellen.
Omdat geen verontschuldiging voor het verzuim is gegeven en het verzuim niet tijdig is hersteld, verklaart de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Dit betekent dat het bestreden besluit in stand blijft en de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt.
Daarnaast wijst de rechtbank het verzoek om immateriële schadevergoeding af, omdat mr. Bartels niet bevoegd is om namens belanghebbende een dergelijk verzoek in te dienen.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 11 oktober 2024 door rechter S.J. Willems-Ruesink.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een juiste machtiging en het verzoek om immateriële schadevergoeding wordt afgewezen.