ECLI:NL:RBZWB:2024:6880
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag bpm en toekenning immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende heeft een gebruikte personenauto uit het buitenland geregistreerd en aangifte gedaan voor de belasting van personenauto’s en motorrijwielen (Bpm). De inspecteur legde een naheffingsaanslag op na herwaardering van de auto door Domeinen Roerende Zaken (DRZ).
Belanghebbende voerde bezwaar aan tegen de herleidingsmethode, de vaststelling van schade en de gehanteerde marktwaarde, maar slaagde hierin niet. De rechtbank oordeelde dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de auto meer schade had dan vastgesteld en dat de referentievoertuigen niet vergelijkbaar waren.
Wel stelde de rechtbank vast dat de redelijke termijn voor de behandeling van bezwaar en beroep met ongeveer zes maanden was overschreden. Daarom kende de rechtbank een immateriële schadevergoeding van € 500 toe, evenals een proceskostenvergoeding en vergoeding van griffierecht.
Het beroep werd uiteindelijk ongegrond verklaard, maar belanghebbende kreeg compensatie voor de overschrijding van de redelijke termijn.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard, maar belanghebbende krijgt een immateriële schadevergoeding van € 500 wegens termijnoverschrijding.