Verzoekers, vader en dochter, wonen in een woning die op 3 juli 2023 is doorzocht in het kader van een onderzoek naar een professionele drugsbezorgservice. In de woning werden 125 gripzakjes met 251 gram cocaïne en een groot geldbedrag aangetroffen. De zoon/broer van verzoekers is een van de verdachten in het strafrechtelijk onderzoek.
De burgemeester van Tilburg besloot de woning te sluiten voor de duur van één maand op grond van artikel 13b van de Opiumwet. Verzoekers maakten bezwaar en vroegen om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelt dat de burgemeester bevoegd is tot sluiting en dat de maatregel noodzakelijk en evenwichtig is, ondanks het tijdsverloop sinds de doorzoeking.
De voorzieningenrechter acht de sluiting passend gezien de ernst van de overtreding, de omvang van de drugshandel en het feit dat de woning als distributiecentrum fungeerde. Verzoekers konden geen objectieve gegevens overleggen die de onevenwichtigheid van de sluiting aantonen. De medische situatie en langdurige bewoning geven geen bijzondere binding die sluiting uitsluit. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen, waardoor de sluiting kan doorgaan.